GA VEILIG EN VOORBEREID HET NATUURIJS OP!

BESTEL HIER EEN VEILIGHEIDSSET!

Tips Voor Veilig Schaatsen op Natuurijs
Veiligheids- middelen
Hoe kom je uit een Wak
IJslezen
Contact en Links
IJs Foto's
Info voor Verenigingen

Laatste update:

20-04-2017


IJSLEZEN

Hoe herken je of natuurijs waarschijnlijk veilig is.

Zoals een alpinist een berg probeert te “lezen” om een mooie en veilige route omhoog te vinden, zo kan je ook het natuurijs lezen. Zodat je op veilig en vlak ijs kunt schaatsen. Op uitgezette en gecontroleerde tochten hou je je daar niet zo mee bezig. Als je de scheuren maar weet te vermijden is het al genoeg. Dat het ijs betrouwbaar is, weet je zeker. Daar heeft de organisatie van de tocht voor gezorgd. Op alle andere plaatsen weet je het maar nooit met de stevigheid van het ijs.
In Nederland gaat het vaak al weer dooien voordat het ijs voldoende dik is voor een tocht. Vandaar dat veel mensen gaan schaatsen op niet-gecontroleerd ijs. Je probeert dan het ijs te ‘lezen’: waar houdt het, waar niet? Zeker weten dat het ijs houdt, doe je dan nooit. Vandaar natuurlijk: touw en priem mee!

Waar let je op als je op het ijs bent

Dikte van het ijs.
Hoe dik is betrouwbaar ijs? KNSB-toertochten worden georganiseerd als er een ijsvloer van minimaal 10 centimeter ligt. De Elfstedentocht gaat door bij 16 centimeter ijs. Bij gezond ijs is voor minder grote aantallen schaatsers ongeveer 5 à 6 cm voldoende.
Let wel: het ijs kan in dikte en sterkte op korte afstand erg verschillen. Wanneer het ijs is ontstaan bij windstil weer kan het zonder dat je het in de gaten hebt, ergens minder dik zijn. Als het ijs 10 cm is maakt 2 cm minder dikte voor de veiligheid niets uit. Maar als het 5 à 6 cm dik is maken die twee cm het verschil tussen op het ijs of door het ijs. Als je dan met grote snelheid schaatsend door het ijs gaat, krijg je een grote klap. Het zelfde dunne ijs dat vertikaal jou niet houdt is horizontaal veel ‘dikker’. Dus is het belangrijk om precies te weten waar het ijs houdt en waar mogelijk niet.

Met behulp van een stok met een verzwaarde punt kan je makkelijk uittesten hoe dik het ijs is. Met een beetje oefenen weet je: als ik x keer hard op het ijs tik en de stok gaat er niet door dan houdt het (hier!) ook een schaatser. Ook leer je dan aan de hand van het geluid te beoordelen hoe stevig het ijs is. Elk jaar moet je opnieuw de het juiste gevoel daarvoor ontwikkelen.

Kleur van ijs
Zwart ijs lijkt eng, maar is meestal het sterkst en het taaist. Als het dun is kraakt het vaak en er komen veel scheuren in, maar het duurt heel lang voordat het helemaal breekt. Vuilwit sneeuwijs is veel brosser en breekt veel eerder en zonder kraken. Vriezend ijs is sterker dan dooiend ijs. Vriezend ijs glanst, dooiend ijs wordt dof. Zie je de kleur in de loop van dag veranderen, dan kan het gevaarlijk worden. Als er door de dooi veel water op het ijs komt glanst het weer wel, maar het ijs is natuurlijk niet sterker geworden. Sneeuw op het ijs maakt het heel lastig om de sterkte van het ijs in te schatten. Bovendien kan het onder sneeuw gaan ‘broeien’, de temperatuur gaat omhoog en onder de droge sneeuw dooit het. In het begin is het ijs vaak helder doorzichtig en kan je bij ondiep water en een lichte bodem allerlei diertjes en planten zien. Je kunt dan ook makkelijk de dikte inschatten. Bijvoorbeeld aan het hand van belletjes, die in het ijs vast zitten, maar eronder een beetje bewegen als je op het ijs stampt. In de loop van een aantal dagen wordt het ijs matter en is het niet meer doorzichtig.

Plaats
De veiligste plekken zijn in het algemeen uiterwaarden (en andere ondergelopen stukken land), ondiepe bosvennen, landijsbanen en smalle boerensloten. De gevaarlijkste plekken zijn brede vaarten, die onregelmatig en later dichtvriezen, grote meren, plekken met veel watervogels, windwakken en water dat diep is of waar stroming is.

Windwakken zijn plaatsen die door de wind langer zijn opengehouden. Het binnenste deel met vaak mooi glad en zwart ijs is (veel) dunner dan de kant waar de wind de ijskristallen naartoe heeft geblazen. Omdat het meestal vriest bij noordoosten wind is dus de zuidwest kant meestal het sterkst. Daar zie je vaak een grote, brede rommelige rand van geel/wit ijs. In de loop van de tijd worden de verschillen tussen de dunnere ex-windwakken en het dikkere ijs minder zichtbaar. Er is sprake van een soort van versmelting. Dat betekent dat je nóg voorzichtiger moet zijn. Bij (dichtgevroren) vaargeulen kunnen er dikke stukken ijs afgewisseld zijn met hele dunne. Bij bruggen en op plaatsen waar veel vogels zitten of gezeten hebben is het oppassen geblazen.

Zonne-instraling wordt bij rietkragen veel opgenomen en het ijs daarnaast zal dunner zijn. Dat is ook aan de zonnekant bij de wal en bij palen in het water het geval.

Onderstroming bijvoorbeeld door lozing bij fabrieken, bij gemalen of waar waterwegen samenkomen doet het ijs aan de onderkant slijten. Enkele graden vorst kunnen daar niet tegenop vriezen. Daar is meer vorst voor nodig. Het lijkt niet logisch, maar bij licht vriezend weer kan het ijs dus dunner worden op plaatsen waar onderstroming is.

Door wind op grote ijsvlakten kan het water eronder heen en weer worden gepompt. Daardoor kan het ijs van onder slijten. Staan er visnetten onder de waterspiegel, dan kan het water daarlangs omhoog gepompt worden, waardoor er sleuven in het ijs komen. Ook ontstaan kistwerken op een dergelijke manier. Waar een meer of plas smaller wordt kan het ijs de druk van de wind niet meer kwijt en wordt het ijs omhoog gedrukt. Dat levert gevaarlijke, maar ook mooie plaatjes op.

Als je op het ijs bent
Naast dat het ijs probeert te lezen let je op borden, aanwijzingen en afzettingen. Ga niet alleen op pad en schaats niet in het donker. Schaats langzaam op stukken die je nog niet kent. Hou voldoende afstand van elkaar. In het donker of bij mist is dat ook het geval. Evenals bij schaatsen tegen een laagstaande zon in. De zon gaat onder in het westen, de wind komt bij vriezend weer uit het oosten. De laatste tocht, een beetje rozig van een mooie dag schaatsen, windje in de rug met de lage zon in je ogen kan heel mooi, maar ook verraderlijk zijn.

Scheuren
Bij 4 à 5 cm ijs wordt het ijs langzamerhand ‘gekraakt’ en ontstaan er scheuren, meestal in de lengte. Als er water doorheen komt moet je gaan opletten. Het ijs ligt in grote halflosse schotsen. Je kan het zien doorbuigen. Als er ook dwarsscheuren ontstaan, zie je soms een soort van trainrails met dwarsliggers. Nu wordt het gevaarlijk: je kan een kleine schots lostrappen en er door gaan.

Bij dikker ijs ontstaan er ook scheuren als er veel op geschaatst wordt. Er door gaan zal niet gauw gebeuren, maar erin haken en lelijk vallen kan wel. Ga ‘lichtvoetig’ rijden, zodat je snel op het andere been kan overstappen. Geen mooie lange slagen dus. Zoals op de fiets bij tramrails ga je er een beetje haaks overheen.

Reparatieve dooi
Bij kwakkelweer, overdag beetje boven, nachts een beetje onder het vriespunt en weinig wind, dooit het ijs overdag en vriest het ’s nachts weer op. Daardoor worden oneffenheden langzamerhand steeds meer weggewerkt. Het ijs wordt in de loop van de dagen steeds vlakker. Mooi voor het schaatsen dus.
Let wel: de verschillen in ijsdikte nemen ongemerkt toe. Door zonwerking, onderstroming, warmte van onderen, windvakken die steeds verder uitwaaien enzovoorts. Op de ene plek wordt het ijs steeds beter, op andere plekken steeds dunner, soms verdwijnt het zelfs helemaal. Ook kunnen er kistwerken ontstaan, waarvan de scheuren niet voldoende dik dichtvriezen, waardoor je er niet meer overheen kunt. Het schaatsgebied wordt mooier, maar vaak wel kleiner.

Informatie vooraf
Vooraf kan je ook al een goede indruk krijgen hoe de ijsvorming zich ontwikkelt. Hou de plaatselijke (weer)berichten in de gaten. Het is goed om ook voordat het water is dichtgevroren al eens een kijkje te nemen. Weet hoe het water is dichtgevroren, bijvoorbeeld met of zonder wind. Hoeveel nachten het ijs al ligt. Waar er stroming in het water is enzovoorts.
Blijf daarbij kritisch en zorg dat je weet wat de feiten zijn. Aan (over)bezorgde of onbezorgde opinies heb je niets. Ook aan algemeenheden: ‘Het houdt niet’ of ‘het kan wel’, heb je niets. Je moet specifiek weten waar het wel en waar het niet houdt.

Communicatie
Check de informatie, die je hoort en leest, vertrouw er niet blind op.
Geef je zelf informatie; wees specifiek. Niet: “er kan op de … plassen geschaatst worden”, maar “daar en daar wel, daar en daar weet ik niet.”, enzovoorts.
Besef dat communiceren via sociale media veel mensen naar een plek op natuurijs trekken. Wanneer het ijs nog dun is, wordt het ijs snel kapot gereden, wordt het gevaarlijk(er) en is het met de ijspret snel gedaan.
Slow Communication is het sleutelwoord; als je een bericht post, doe het een dag of meer later. Natuurlijk wil je je mooie plek en het mooie schaatsen snel delen, maar voor het ijs kan je misschien toch even geduld opbrengen. Geef het ijs de kans om sterker te worden.